Coeliakie is een blijvende allergie van het organisme voor gluten. Coeliakiepatiënten verdragen geen levensmiddelen die gluten bevatten.
Gluten is een proteïne die voorkomt in tarwe, rogge, haver en gerst. Levensmiddelen met deze graansoorten of producten daarvan zoals meel, zetmeel, brood, deegwaren, gebak en taart, bevatten gluten. Het kan ook voorkomen in onverwachte producten waaraan meel of zetmeel is toegevoegd.
Coeliakiepatiënten krijgen ernstige klachten wanneer zij levensmiddelen met gluten eten. Er ontstaat vooral schade aan de dunne darm en gedeeltelijk ook aan andere organen.
De wanden van de dunne darm bevatten vingervormige uitstulpingen die darmvlokken worden genoemd. Het lichaam neemt noodzakelijke voedingsstoffen op via deze darmvlokken. Bij een toename van gluten worden de darmvlokken van coeliakiepatiënten afgebroken en werken deze niet meer. De opgenomen voedingsmiddelen worden niet meer geassimileerd, maar met de stoelgang verwijderd.
De darmfuncties en daarmee de opname van voedingsstoffen worden verhinderd door de opname van gluten. Dat leidt tot gewichtsverlies, storingen in de ontwikkeling en in het algemeen tot een slechte gezondheid. De meest opvallende symptomen zijn diarree, opzwellen van het onderlichaam, gebrek aan eetlust en braken. Minder opvallend, maar wel mogelijk zijn ijzer- en calciumgebrek.
Als de symptomen in de richting van coeliakie wijzen, worden speciale onderzoeken uitgevoerd, waaronder een bloedtest en een analyse van het darmweefsel.