home - voeding - levensmiddelenlexicon

LEVENSMIDDELENLEXICON


Wat is het verschil tussen stoven en aanbraden, wat was ook alweer sacharose?

Het glutenvrije levensmiddelenlexicon van DS geeft duidelijkheid!

Klik en kijk hoe het zit!
1ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Resultaten van zoekactie naar: V


Vetten en vette oliën (neutrale vetten) zijn esters van het driewaardige alcohol glycerine met drie, vaak verschillende, overwegend even genummerde en onvertakte, alifatische, eenwaardige carbonzuren, de vetzuren. Verbindingen van dit type worden ook wel triglyceride genoemd, de IUPAC beveelt echter de naam triacylglycerine aan.

Afhankelijk van de vraag of een vet bij kamertemperatuur vast of vloeibaar is, spreekt men over vet of vette olie. De bekendste vetten zijn de gelijknamige mengsels van verschillende vetzuurtriglyceriden, die afkomstig zijn van dieren, de uitdrukking vette olie onderscheidt de (dun)vloeibare vetten van andere groepen van oliën (meestal niet-specifieke diverse groepen van vloeibare organische verbindingen).

Als natuurlijke stof worden vetten ingedeeld bij de lipiden en zijn ze oplosbaar in lipofiele organische oplosmiddelen zoals petroleumether, ether en benzeen. Vetten zijn met een energie-inhoud van 38,9 kJ (9,3 kcal) per gram de voornaamste energiereserve voor dieren en sommige planten. In planten treft men de vetten voornamelijk aan in zaden en kiemen, in het dierlijk organisme in het vetweefsel. Vetten en vette oliën worden gebruikt als voedingstof (eetbare vetten en eetbare oliën), en worden ook technisch gebruikt, bijvoorbeeld als smeermiddel (smeervet, smeerolie).
Vitamines zijn organische verbindingen die het organisme nodig heeft als energiebron, maar ook voor andere vitale functies, die de stofwisseling echter voor het grootste deel niet synthetiseren kan. Ze moeten dus worden ingenomen met de voeding. Sommige vitamines worden aan het lichaam geleverd als voorstadia (pro-vitamines), die het lichaam pas daarna in de actieve vorm omzet. Vitamines worden onderverdeeld in in vet oplosbare en in water oplosbare vitamines.

In verschillende organismen gelden verschillende stoffen als vitamines. Zo kunnen bijvoorbeeld varkens vitamine C produceren, maar mensen kunnen dit niet vanwege het ontbreken van L-galactonolacton-oxidase. Daarom is vitamine C voor varkens geen vitamine. In het algemeen worden alleen stoffen die voor de mens van vitaal belang zijn, maar niet zelf kunnen worden geproduceerd, als vitamines aangeduid. Een uitzondering daarop is vitamine D, die het lichaam zelf kan aanmaken, mits het voldoende zonlicht krijgt.
Ascorbinezuur is een kleurloze, geurloze, kristallijne, goed in water oplosbare vaste stof met een zure smaak. Het is een organisch zuur, om precies te zijn een vinyloog carbonzuur; de zouten ervan noemt men ascorbaten. Ascorbinezuur bestaat in vier verschillende stereo-isomere vormen, maar alleen het L-(+)-ascorbinezuur vertoont biologische activiteit. De belangrijkste functie is de fysiologische werking als vitamine, een tekort kan zich bij mensen als scheurbuik manifesteren. Aangezien ascorbinezuur gemakkelijk oxideerbaar is, fungeert het als reducton en wordt het gebruikt als antioxidant.

Het L-(+)-ascorbinezuur en zijn derivaten met gelijke werking worden onder de noemer vitamine C samengevat. Het verzamelbegrip vitamine C omvat daarom ook stoffen die in het lichaam tot L-(+)-ascorbinezuur omgezet kunnen worden, zoals bijvoorbeeld dehydroascorbinezuur (DHA).

De voedingsleer is een interdisciplinaire medische discipline die probeert de huidige wetenschappelijke kennis over de fysiologie en pathofysiologie van de menselijke voeding te gebruiken ter preventie, genezing en verlichting van ziekten.

De voedingsleer houdt zich bezig met onderzoek naar voedingsfysiologische kennis, de ontwikkeling van nutritionele toepassingen en de doorgifte van deze bevindingen naar alle gebieden van de geneeskunde. Daarbij wordt voeding enerzijds gezien als een onderdeel van de verzorging van gezonde mensen en patiënten met macronutriënten - koolhydraten, vetten, eiwitten - en micronutriënten – vitamines, mineralen en sporenelementen – anderzijds ook als een voedingsinterventie, dat wil zeggen een therapeutische ingreep.


Voedingssupplementen zijn producten voor een verhoogde toevoer aan de menselijke stofwisseling van bepaalde voedingsstoffen of werkzame stoffen/ Ze bevinden zich op de grens tussen geneesmiddelen en levensmiddelen.
Voedingsvezels zijn grotendeels onverteerbare bestanddelen van levensmiddelen, vooral polysachariden, dat wil zeggen koolhydraten, die vooral worden aangetroffen in plantaardige voedingsmiddelen. Ze kunnen door de enzymen in de dunne darm niet worden verteerd en worden daarom niet rechtstreeks opgenomen door de stofwisseling. Een groot deel van de vezels wordt in de dikke darm wel deels door de micro-organismen gefermenteerd en in vetzuren met korte ketens omgezet, en daarmee voor het lichaam opneembaar en bruikbaar gemaakt. Het deel van de voedingsvezels dat niet in de dikke darm door de microflora gefermenteerd wordt en dus ook niet door het lichaam opgenomen, kan onder andere fysiologisch effectief worden door zijn waterbindend vermogen, het vermogen om gifstoffen en galzouten te binden en de stimulatie van trofische hormonen.
Voedsel bestaat uit eet- en drinkbare stoffen die een levend wezen voor zijn levensonderhoud nodig heeft en tot zich neemt om het organisme op te bouwen en de gezondheid in stand te houden. Voedsel bevat meestal energierijke organische verbindingen. Eten wordt na opname in het lichaam mechanisch (bijv. kauwen) en chemisch (bijv. maagzuur) in zijn componenten ontleed. Deze componenten gebruikt het lichaam voor zijn levensprocessen. De energie die is opgeslagen in bepaalde voedselingrediënten, wordt gebruikt in de energiestofwisseling, bij warmbloedige dieren bijvoorbeeld om de lichaamstemperatuur constant te houden. Bovendien wordt de energie uit het voedsel in de anabole stofwisseling gebruikt voor de instandhouding en de opbouw van het lichaam (bijvoorbeeld groei bij kinderen of spieropbouw bij volwassenen).
Voedselallergie of levensmiddelenallergie is een specifieke vorm van voedselintolerantie. Het wordt gekenmerkt door een specifieke overgevoeligheid (allergie) voor bepaalde stoffen die zich in de voeding bevinden en ermee worden opgenomen. De term voedselallergie moet niet worden verward met voedselintolerantie.

Om voedselallergieën te voorkomen, is het zinvol om erop te letten niet te vaak, vooral niet dagelijks, hetzelfde voedsel te eten. In het algemeen is bij allergieën veelvuldig contact een wijdverspreide oorzaak. Bijvoorbeeld moeten niet elke dag hetzelfde groentemengsel worden gegeten in salades, omdat hier veel potentieel allergene stoffen samen worden opgenomen.

Borstvoeding is een goede preventieve maatregel. Kinderen die uitsluitend borstvoeding krijgen, hebben later veel minder vaak last van voedselallergieën dan kinderen die geen borstvoeding krijgen.
Bookmarks:
  • Twitter
  • Facebook
  • Yahoo
  • MySpace
  • Mister Wong
  • Google
  • FolkD
  • Del.Icio.US
  • BlinkList
Dr. Schär GmbH Winkelau 9, 39014 Burgstall (BZ) Italy. Mwst. Nr. IT00605750215, CCIAA BZ 88727, Cap. Soc. 1.100.000 Euro, info@ds4you.comteamBLAU